Jonge vrijwilligers helpen alleenstaande moeders
Jonge vrijwilligers helpen alleenstaande moeders
Onlangs hebben jonge vrijwilligers van de Somalische zelforganisatie een voorbeeldig initiatief getoond. Na een afspraak gemaakt te hebben, zijn ze bij een aantal alleenstaande moeders binnen de gemeenschap ‘de boel gaan opruimen’.Fal & Faalo
Zoals bij elke etnische minderheid zijn er binnen de Somalische gemeenschap in Groningen ook alleenstaande moeders die het meestal erg moeilijk hebben en alle hulp goed kunnen gebruiken. Deze moeders hebben het financieel niet breed en zitten meestal in inburgeringtrajecten / integratieprocessen en zijn zoekend naar een plek in de samenleving.
Noodgedwongen zijn ze aangewezen op sociale voorzieningen (die soms voor hen niet toegankelijk zijn).
De vrijwilligers hebben, door de alleenstaande moeders te helpen, een verdere invulling gegeven aan het project Fal & Faalo (‘daad & informatie’) door hen te helpen om van de oude rommel (televisies, bedden, fietsen, computers, kleding, wasmachine, kasten etc.) af te komen en hen te voorzien van informatie over hoe ze in de toekomst het een en ander zelf kunnen organiseren en uitvoeren.
Door eerst met hen de weg te bewandelen en hen ook te voorzien van de nodige informatie, wordt getracht de moeders zelfredzaam te maken. Omdat de nieuwkomers bij aankomst de ‘handleidingen’ om in Nederland te functioneren toegereikt krijgen, zonder dat ze weten wat de contouren zijn van de samenleving, gaat men er ten onrechte vanuit dat ze dan zelfredzaam zijn.
De moeders hadden het voorbereidende werk gedaan, zodat de vrijwilligers direct konden beginnen met inladen. Al snel raakte de gehuurde aanhangwagen vol en werd de veiligste route naar het afvalbrengstation (Milieudienst) uitgestippeld. Nadat de spullen gedumpt waren in de daarvoor bestemde containers, gingen de vrijwilligers met een lege aanhangwagen naar het volgende adres. Tijdens het inladen werden er over en weer grappen gemaakt over wie in welke haven van Berbera, Kismayo, Djibouti of Muqadisho zó aan de slag kon.
De vrijwilligers hebben een ‘fast task’ uitgevoerd, waarbij ze werk verzet hebben waartegen de moeders al enige tijd opzagen. De moeders waren erg dankbaar dat ze eindelijk verlost zijn van de zware apparatuur die het niet meer deed maar waarvan ze maar niet konden afkomen. Deze ‘fast task’ is afgesloten onder het genot van ‘fast food’.
Tijdens het nabespreken bleek weer hoe door de ogen van vrijwilligers een kleine moeite veel betekenis kan hebben voor deze moeders die dus niet beschikken over ‘sterke mannen’.